Décrire les personnes et les objets
Instructions : Veuillez réciter le paragraphe suivant. Appuyez sur le bouton 'ajouter une soumission audio' pour enregistrer et soumettre cet exercice.
Het meisje is niet oud. Het huis is oud. Het meisje is jong. De munt is niet groen. De boom is groen. De portefeuille is zwart. De auto is geel. Deze auto's zijn zilverkleurig. Deze munten zijn van zilver.Deze zilveren munten zijn niet van goud. Wij zijn jongens en meisjes. Dit zijn bomen en bloemen. Dit zijn gebouwen en huizen. Dit is een portemonnee, geen portefeuille.
Hollandais Oral exercice
Very nice!
/ deze /
/ gebouwen g=h /
Great!