Décrire les personnes et les objets
Instructions :
Décrire les personnes et les objets, y compris les formulaires à la fois singulier et pluriel. Utiliser les déclarations à la fois positifs et négatifs. Ex. Nous sommes des femmes. Nous ne sommes pas des hommes. Ceci est une pièce dorée. Ce ne sont pas des fleurs jaunes.
Hollandais Ecrit exercice
Deze huizen zijn blauw. Ik ben een man met een zilveren munt. Deze bloemen zijn rood. De vrouw heeft een paarse huizen. Ik ben een rijke man met een zwarten auto. Mijn auto is niet wit. Wij zijn meisjes en zij zijn jongens. Mijn portemonnee is niet wit, hij is geel.
Well done!
Deze huizen zijn blauw. Ik ben een man met een zilveren munt. Deze bloemen zijn rood. De vrouw heeft een paars huis. Ik ben een rijke man met een zwarte auto. Mijn auto is niet wit. Wij zijn meisjes en zij zijn jongens. Mijn portemonnee is niet wit, hij is geel
Nice work!
/ dit = singular ; deze = plural /
Deze huizen zijn blauw. Ik ben een man met ........... (you wrote: I am a man with silber coin)(strange phrase!) Deze bloemen zijn rood. De vrouw heeft een paars huis. (one house) OR: paarse huizen (more than one house) Ik ben een man met een zwarte auto.